Boerenwormkruid: over boeren en wormpjes.

150 150 Kruidjes.be


Als je de naam van dit kruid uitspreekt, weet je al waarvoor het kruid goed is. De boeren gebruikten het kruid als het vee last had van wormpjes Als alles in het leven toch maar zo gemakkelijk was als het boerenwormkruid … Maar laten we toch maar eens even kijken of er geen addertjes onder het gras zitten.

Boerenwormkruid (Tanacetum vulgare) 

In oude boeken vind je de naam reinvaren. Als de boer op de ‘rein’, het braakliggende strookje tussen twee akkers, ‘reinvaren’ zag staan, nam hij er wat van mee naar huis. Die reinvaren leek net op echte varen, zeker als de bloem er nog niet in stond. Vandaar de naam. Nu noemt de landbouwer de plant boerenwormkruid. Hij wilde er zijn beroep eer en de koeienwormen den duvel mee aandoen. Want hij wist dat die wormen allergisch waren aan dit kruid . De boer hing ook een tuil boerenwormkruid in zijn kippenhok. De vlooien hadden een broertje dood aan het kruid en vertrokken bij het zien of ruiken van het kruidenboeket met de noorderzon. Ook de poezen- en hondenmand kregen om dezelfde reden een portie boerenwormkruid. En de boerin stak boerenwormkruid in haar kruidwis.

Kruidentuilen

Afhankelijk van de streek staken de bewoners verschillende kruiden bij elkaar. Aan de Maaskant plukten onze voorouders op 15 augustus alleen boerenwormkruid voor hun kruidenwis. Op andere plaatsen in Limburg deden ze er nog bijvoet bij. Ze bonden zo’n tuil dan samen met bitterzoetranken. De ruiker hing daarna naast de open haard. De kruidentuil hielp het gezin in moeilijke tijden. De kruiden in de haard werden geofferd voor de god(en) van dienst.
Als het bijvoorbeeld donderde en bliksemde, brak de boerin vlug een stuk van de gedroogde kruidenwis af en gooide dat in het vuur. Met de devote smeekbede a.u.b. de bliksemschichten niet te laten inslaan op haar huis.
Na het onweer proefden de heerlijke kruidkoeken van de boerin een beetje naar boerenwormkruid. Samen met paardenbloem en duizendblad hadden die boerenworm-kruidkoeken een smaak om nooit meer te vergeten. De pannenkoekensnoeper kwam aan zijn trekken, maar zijn eventuele kostgangers, ongenode gasten in de vorm van wormpjes, moesten niet weten van dit galgenmaal. Zij zochten een ander onderkomen. De boerin lette er wel op dat ze het boerenwormkruid plukte, als het drie vingers hoog stond. Dan alleen kon je het in de pannenkoeken of onder de aardappelstoemp verwerken, zonder dat de schadelijke stoffen hinderlijk werkten.

Goed-weerkruid

Sint-Medard kreeg in die tijd ook zijn deel van de koek. Die speelde het dan ook heel link. Hij had iedereen overtuigd, dat hij voor goed weer kon zorgen. En wat deed elke diepgelovige boerin bij het pannenkoeken bakken? Juist! De helft van het pannenkoekendeeg kieperde ze aan ’t venster uit om Medards gunsten af te smeken. De heidense Donar, die eeuwenlang voor het goede weer had gezorgd, was door de christelijke leer al een tijdje afgevoerd. Maar Sint-Medard nam die rol op de net genoemde voorwaarde natuurlijk graag over … De ene zijn dood is dus de andere zijn pannenkoek.

Tip

Boerenwormkruid houdt niet van natte pootjes. Je kan het kruid zaaien in het voorjaar of de wortels splitsen in het najaar.
Boerenwormkruid houdt de vliegen weg. Een flinke bos van dit kruid op de kast jaagt die facet-ogige diertjes de daver op het lijf. Je moet natuurlijk zelf houden van het boerenwormkruidgeurtje. Anders neem ook jij de benen. In elk geval: er zit een reukje aan boerenwormkruid. Mieren en muizen moeten er ook al niets meer van hebben.
Je kan gedroogd boerenwormkruid in insectenwerende zakjes stoppen.
Als je het kruid verwerkt in de composthoop, wordt die kaliumrijk.
En wol krijgt een prachtige kleur als boerenwormkruid ze mee mag kleuren.

 

  • Bericht-tag:
%d bloggers liken dit: