Brandnetel met krokante jas

1024 683 Kruidjes.be

Dat brandnetels een zeer gezond goedje zijn weten we ondertussen wel. Maar wie maakt er gebruik van vroeg ik me af. De meeste denken eerder hoe ‘krijg ik ze kapot’ dan ‘hoe krijg ik ze op tafel’?

Er staan er ook zo veel. Brandnetels in de soep, dat doen we wel, af en toe. Brandnetels onder de puree, ook al gedaan, brandnetelzaad geoogst? Dat weet ik zelf nog niet zo lang want ik vertelde tegen de mensen die ik tegenkwam dat brandnetel de meeste waarde heeft tot net voor de bloei. Nog beter, pluk ze als ze klein zijn of enkel de topjes. Vorig jaar las ik dat brandnetelzaad supergezond is, kracht en energie geeft en zelfs mensen met een futloos gevoel er weer kan bovenop helpen. Maar, de brandnetels staan nog niet in zaad dus even een ander leuk en gezond idee. Wat denk je van brandnetel krokant? Stop grote brandnetelbladeren of de toppen in tempuradeeg en bak ze in frituurvet.

Gezonde knabbel met duivels verhaal

Voor de kinderen die dat niet zien zitten om deze hap binnen te spelen kan je er een duivels verhaal bij vertellen: God wilde de wereld scheppen en beval Lucifer een beetje aarde van de zeebodem te halen. Lucifer was na drie dagen met een handvol aarde terug. Hij dacht zo bij zichzelf: “Wat gaat God daar nu in … godsnaam mee doen?” Hij stak een beetje aarde in zijn mond en zou daarmee hetzelfde doen als God. God strooide de aarde uit en sprak: “Dat zij worde!”

Ontdek nog veel recepten in 'Daniëlles Kruidenomnibus'

God keek met belangstelling naar Zijn werk, want de aarde groeide en groeide. Plots hoorde hij een gejammer en gebrul dat horen en zien verging. Geschrokken keek hij op. Hij zag de duivel als een gek ronddansen, want de aarde in zijn mond was ook aan ’t groeien. Lucifer wist niet wat hij moest doen. God keek er even onbegrijpend naar en zei toen: “Spuw de aarde uit.” Lucifer spuwde en op de plek waar de duivelse aarde terecht kwam, groeide de eerste netelplant. De duivel vond dat wel een aardige plant. Hij bedacht er een duivels plannetje voor en plantte er een heel veld mee vol. Toen hij daarmee bezig was, kwam er een boer aangewandeld die wel eens wilde weten wat de duivel daar aan ’t doen was: “Dat zie je toch,“ zei de duivel verstoord, “ik ben aan ’t planten”. “Wat een rare plant is dat? Hoe heet die wel?” vroeg de boer. “Dat zou je wel willen weten, he manneke,” grinnikte de duivel, want die vond de belangstelling van de boer bij nader inzien toch wel grappig. “Wel,” zei de duivel, “wedden dat je nooit raadt wat ik aan ’t planten ben? Weet je wat, als je de naam van de plant kunt noemen voor de zon opkomt, is dit hele stuk land met plant en al voor jou ! Raad je het niet, dan zijn je lichaam en ziel voor mij. Maar, misschien is het beter dat je er niet aan begint, want je ziet er niet erg snugger uit !”De boer was behoorlijk in zijn gat gebeten en zei: ”Zo, jij denkt slimmer te zijn dan ik! Wat een pretentie. Ik neem de weddingschap aan.”Terwijl de boer naar huis ging dacht hij na en hoe langer hij erover dacht hoe dommer hij zichzelf vond. Zijn moed was helemaal in zijn schoenen gezakt toen hij thuis kwam. “Wat is er met U aan de hand, heb je misschien een spook gezien?” vroeg zijn vrouw. De boer vertelde wat hem overkomen was. De boerin vond dat ook niet erg slim, maar liet haar intelligent, vrouwelijk brein even werken. Veel tijd had ze niet, dus ging ze meteen aan het werk. Ze trok al haar kleren uit en bestreek haar lichaam met teer. Daarna sneed ze een verenkussen open en rolde ze zich daarin. Ze wachtte tot het schemerdonker was en vertrok op handen en voeten naar het stuk land van de duivel. Ze liep door de planten heen en deed net of ze ervan at. De duivel keek op van zijn werk en zag daar plots een grote vogel die zijn planten kapot trapte. De duivel klapte in zijn handen en riep luid: “Wilt ge, godverdomme (duivels mogen vloeken), wel eens uit mijn netels gaan, stom beest?” De vreemde vogel maakte zich uit de voeten. Een beetje later ging de boer naar de duivel. Die grinnikte eens en dacht: “Voila, hier is mijn eerste zieltje, dank zij mijn netelplant”. Hij riep al van verre: “En boerke, weet ge het al?” “Natuurlijk weet ik het al,” zei de boer, “dat zijn netels”. De duivel tierde, blies en raasde wild. En zo is de boer, en daarmee de hele mensheid in het bezit van die duivelse, maar gezonde brandnetels gekomen. Iedereen weet dat netels gezond zijn, maar we vinden ze nog altijd een beetje duivels.