Kweeperen: de gouden appels van de hesperiden.

150 150 Kruidjes.be

In de Griekse, mythologische wandelgangen fluisterden spuiters al wel eens een keertje dat de gouden appels van de Hesperiden, kweeperen waren.

De Hesperiden waren nimfen en dochters van Atlas, de reus die de wereld op zijn schouders droeg, en Hesperis, zijn vrouw die dat heel vervelend vond als zij hem eens wilde knuffelen.

De Hesperiden verschenen als door de avondzon beschenen wolken. Zij woonden in een paradijs aan het uiterste puntje van de westgrens, op het schiereiland van Okeanos. In dat paradijs moesten zij een boom met gouden appels bewaken. Deze boom had moeder aarde, herself, aan Hera, de Griekse oppergodin geschonken. Die trouwde namelijk met Oppergod Zeus en daar wilde Moeder Aarde wel eens een boompje over opzetten.

De Hesperiden kregen bij hun bewakinsopdracht de hulp van een Ladon de draak. Als je die draak één van zijn kopjes kleiner maakte, kwamen er telkens twee in de plaats. Hij had honderd koppen.  Niet niks dus. Uit iedere kop klonk een akelig geluid. De honderd koppen bliezen een hete adem uit, zodat het onmogelijk was de tuin binnen te dringen.

Nu had Heracles, de Griekse held in een ander soap-feuilleton, zeven klussen te klaren. Drie gouden appels halen uit het Hesperiden-paradijs was één van die jobs. Maar Heracles was zo’n beetje James Bond-achtig. Niet van gisteren dus. Hij wandelde eens langs Atlas en deed een babbeltje met deze wereld-torsende reus. “Zou jij niet eens drie gouden appels uit de tuin van je dochters willen halen?” vroeg hij langs zijn neus weg.

“Ik zal dan even de wereld van je overnemen”. Daar had Atlas wel oren naar, want hij wilde al lang eens even van die zware last af. En Hesperis zag eindelijk haar kans op een knuffel. Dus kreeg Atlas ook van haar de toelating.

Atlas ging naar de paradijstuin en vroeg één van de Hesperiden drie gouden appels over de muur te gooien. Atlas voelde het bloed van de vrijheid weer door zijn aders vloeien. Hij ging naar Heracles en zei: “Ik zal de appels zelf wel even naar Eurystheus, de koning van Mykene brengen.”

Maar Heracles had te veel dedectiveromans gelezen en verzon onmiddellijk list nummer 365. Hij vroeg poeslief: “Atlas, kun je me niet eerst eens een keertje tonen hoe ik de wereld in evenwicht kan houden, want hij wankelt voortdurend op mijn onervaren schouders”.

Nu wist Atlas, dat Zeus het hem nooit zou vergeven, als de aarde zou vallen, laat staan als die dan nog bleef botsen… Daarom toonde hij Heracles even hoe het moest. Maar eens Atlas de wereld weer op zijn schouders had, maakte Heracles dat hij met zijn drie gouden appels, die volgens het verhaal eigenlijk kweeperen waren,  weg kwam.

De kweeperen symboliseerden schoonheid, liefde en vruchtbaarheid. Zij waren een begerenswaardig geschenk voor de koning van Mykene.

  • Bericht-tag:
%d bloggers liken dit: