Pasen op zijn kruidjes

150 150 Kruidjes.be

Pasen




Voor onze voorouders waren de lentefeesten, waarvan wij nadien het paasfeest maakten, van levensbelang. Zij vonden dat de sobere, schaarse periode rond en na Nieuwjaar op een bepaald moment echt lang genoeg had geduurd. Net als de heleboel uitzichtloos leek dood te bloeden, hielp het vooruitzicht op een groot feest om nog even vol te houden.

Dat groot lentefeest was dan ook niet zomaar een feest. Neen, ze vereerden ze meteen ook al hun goden en godinnen. Zij smeekten op die uitgelezen gelegenheid voor hen te zorgen. Ze offerden en boetten in ruil voor een vruchtbaar jaar.

Maar helaas, ook dit feest moest bij de komst van het christendom de biezen pakken. Het oorspronkelijke lentefeest van 21 maart en het Beltainefeest op 1 mei verdwenen. Er kwam een heel nieuw feest voor in de plaats: Pasen. Dat vieren we nu op de zondag na de eerste volle maan.

Van heidens vuur tot paaskaars en paasvuur

In het begin van de lente staken de Kelten, de Germanen en de Romeinen heuse Lentevuren aan. Ze wierpen om ter verst met brandende vuurschijven. Ze organiseerden grote ommegangen. Ze hielden competities met balspelen, waarbij de bal de zon symboliseerde.

Onze voorvaders en -moeders wilden op één of andere manier de zon imiteren, om zo het nieuwe jaargetijde, waarnaar ze zo ongeduldig zaten te hunkeren, uit zijn kot te lokken.

Met het vuurrad symboliseerden zij de zonnewarmte. De vuren schreeuwden: “Kom op zon, laat je niet pramen. Geef er verdorie een lap op”.

Heidens, heilig vuur:

Het vuurlicht symboliseerde in de nog redelijk donkere periode, het lengen van de dagen. Als de dagen dan uiteindelijk toch langer werden, kregen de dieren en de mensen vlinders in de buik. En dat betekende dan weer vruchtbaarheid. Voedsel, kracht en kinderen. De zomer won het elk jaar dan toch van de ijskoude onvruchtbare winter.

Op dat ogenblik doofden onze voorouders het haardvuur in hun hoeve. Ze gingen naar het lentefeest om de zonnegod met heilige vuren te vereren.

Ze staken thuis hun haard opnieuw aan met eeen stukje meegebracht , smeulen, goddelijk vuur. Sommigen maakte nieuw vuur door twee stenen tegen elkaar te kletsen. De vonken lieten ze op een zwam of een stukje stof dat gemakkelijk brandde, terechtkomen. Hiermee staken ze dan het eigenlijke brandhout aan, waarmee ze de haard opnieuw op gang brachten. dat kon ook, als het maar nieuw goddelijk vuur was door wrijving verkregen. Onze voorouders vonden dat vuur wel iets maagdelijks hebben. Dat vuur reinigde en weerde boze geesten. Het had ook een stralende kracht.

Een stukje heilig brandhout spaarden ze zorgvuldig op door het uit de haard te nemen zodra het vuur werkelijk ontbrandde. Als er dan in de loop van het jaar onheil dreigde, legde een voorouderlijke hand die stukjes brandhout in de haard. Haardvuur en hemelvuur waren dan verenigd en beschermden hen.

Ook in latere tijden, toen onze voorouders modernere manieren van vuur maken leerden, hielden ze nog vast aan gewreven vuur. Niemand mocht namelijk ook maar iets wijzigen aan het vastgelegde, magische ritueel.

Christelijk heilig vuur:

Het Christendom was niet erg te spreken over dat heidens vuur. Het Concilium Germanicum van 742 veroordeelde deze manier van vuur maken. Dat vuur had voor onze voorouders een bijzondere uitwerking. Onze voorouders waren nogal hardleers. Ze wilden niet van hun gewoonte afstappen. Na een tijdje hadden die kerkvaderen er het volgende op gevonden. Als die heidenen dan per se vuur wilden, kregen ze dat toch. Maar dan wel het vuur van de paaskaars.

En verder kregen ze het hele jaar vuur in de godslamp. Daarmee konden ze dan het Allerheiligste vereren. Alleen op Goede Vrijdag was het Allerheiligste niet aanwezig. Dan was de Godslamp gedoofd.

Daarna stak de priester de godslamp, de paaskaars en de andere kaarsen weer aan met nieuw vuur. Heel raar maar waar: dat nieuwe vuur creëerde de priester zelf. Dat deed hij door met een stuk staal op een vuursteen te slaan. Een stukje linnen dat vlug vuur vatte zorgde voor een vlam waarmee de priester een schilfer hout aanstak. Het Nieuwe Vuur !

Omdat er toch nog een stelletje ongeregelde keikoppen vuurtjes wilden stoken, gaven de geestelijken aan die lentevuren maar meteen een christelijk label. Je mocht om een aantal heiligen te eren op christelijke feestdagen ineens vuren maken. En zo ontstonden het Sint-Pietervuur, de vastenavond-, de mei- en de paasvuren

Paaseieren vol magische krachten:

Wat hebben paaseieren met de paasliturgie te maken ? Ja, ik weet ook wel dat de klokken van Rome paaseieren brengen. Maar ik bedoelde echt met de liturgie.

Als je deze vraag stelt, kom je opnieuw bij het bovengenoemde thema. Voor onze voorouders hadden die eieren wel degelijk een belangrijke betekenis. Het ei was een oeroud symbool van vruchtbaarheid. Uit het ei kwam nieuw leven.

In allerlei oeroude bevolkingsgroepen vind je in het begin van de lente een aantal symbolische gebruiken rond het ei terug.

De mensen uit de Oostbloklanden versierden hun eieren buitengewoon mooi. Dat waren trouwens ook heel speciale eieren. Terwijl een lid van de familie eieren beschilderde, prevelden de vrouwelijke gezinsleden magische bezweringen en zongen ze oude lenteliederen. Zo kregen de eieren volgens de overlevering een merkwaardig genezende kracht. Zieken droegen dan zo’n ei aan een koordje rond hun nek. De boeren ploegden een ei in hun akker en smeekten op die manier om een goede oogst.

Paashaas met superpotentie:

En wat kwamen dan die paashazen hier zoeken ? Wel, de haas was al heel lang een vruchtbaarheidssymbool. Nu, je zou voor minder, want dat beestje doet zijn symbool alle eer aan. Het staat bekend om zijn fabelachtige potentie.

Je moest vroeger ook goed op de hoogte zijn van het verschil tussen een konijn en een haas. Konijnen, ook niet verlegen om een mondje meer, waren aan de maangodin toegewijd. Daarmee moest je dus oppassen. En bovendien veranderden heksen zich soms in een konijn. Dus kozen ze maar liever hazen als paassymbool …

Paasbloemen als dank:

Paasbloemen en andere gele lentebloemen zoals sleutelbloemen, speenkruid en klein hoefblad, hadden voor onze voorouders een belangrijke betekenis. Ze herinnerden aan de zon. Onze voorouders vereerden met deze bloemen hun godin van het voorjaar Ostera, als dank voor het ontwakende licht en leven. Ze hoopten op warmere dagen en brachten offers op speciale plaatsen. De naam Ostera hoor je nu nog altijd in het Duitse woord Ostern.

Lente-evening en Palmpasenfeesten:

De laatste nacht van april maakten onze voorouders alweer grote vuren. De jonge meisjes versierden hun haar met de eerste lentebloemen en dansten rond het vuur. Uiteraard kwamen de jonge mannen eropaf. Samen met de meisjes dansten ze met taxus- en buxustakjes in hun handen. De groene blaadjes van die struiken betekenden een uitdaging voor de bladknoppen van andere bomen en struiken. Als die de groene naalden van de taxus en de groene blaadjes van de buxus zagen, zouden ze hun bladeren sneller naar buiten laten krabbelen en de lente bespoedigen.

Dat heidense feest kreeg later de naam Palmpasen, waarop de christenen de blijde intocht van Christus in Jeruzalem herdenken.

Pasen in de 21ste eeuw:

Je kunt van Pasen meer dan een eetfestijn maken. Voor mij is het echt Pasen als er een bosje wilde narcissen op tafel staat. Bij ons in Limburg zijn er nog zalig mooie plekjes waar je die kan vinden. Daar voel ik mij verbonden met mijn verre voorouders. Ik laat uiteraard de bloembolletjes zitten. Zo komen er volgend jaar weer nieuwe en meer van die bloemen. Als je de bloemen laat staan zijn er volgend jaar veel minder.

Een gezellig paasdrankje:

Meitrank-aperitief maak je op basis van lievevrouwebedstro. Van dit plantje maken ze in Luxemburg een liefdesdrank. Hallo!! De bossen staan daar dan ook vol van deze minnekruidjes.

Voor deze drank heb je naast veel liefde ook enkele ingrediënten nodig:

30 g fijne suiker

0,5 dl cognac

een bosje vers lievevrouwebedstro

een fles Rijn- of Moeselwijn.

En dan ga je aan de slag:

– Los de suiker op in 2 eetlepels kokend water.

– Als de suiker goed afgekoeld is, roer je hem onder de cognac.

– Doe nu alles in een karaf, terwijl je aan je lief denkt..

– Leg enkele takjes lievevrouwebedstro, die nog niet in bloei zijn, samengebonden in de droge witte wijn.

– Giet die over de cognac. Als ze toch al in bloei staan, laat je de stengels het best een dagje drogen. Dan verdwijnt de meeste cumarine.

– Laat het kruid niet langer dan enkele uren in de wijn, want dan komt er te veel cumarine vrij en daar krijg je hoofdpijn van. Van te lang te moeten wachten trouwens ook.

– Snij een sinaasappel in stukjes en doe die erbij.

– Giet nu nog een gekoelde fles schuimwijn bij de witte wijn, zet nog even in de koelkast en serveer dan in hoge glazen.

– Versier met een rozetje groen kruid of een witte bloem. Neem je lief en geef eerst een smakkerd. En dan: Prosit !

Je aperitief smaakt en ruikt dan een beetje naar speculaaskruid.

Een regen van kleurrijke lente kruidenhapjes:

Wat is er prettiger dan in een handomdraai originele en lekkere borrelhapjes maken? Koop toastjes of deegvormpjes en vul ze met eirvullingen.

Versier ze met eetbare bloemen en blaadjes. En denk eraan, neem niet zomaar wat om je hapjes te garneren. Alle bloemen en blaadjes zijn eetbaar, maar sommige maar één keer. Met andere woorden er zijn ook giftige kruiden.

Als je de juiste keuze maakt, weet dan dat je succes gegarandeerd is. Uniek, prachtig, adembenemend mooi, lekker en onvergetelijk: je gasten zullen geen superlatieven genoeg vinden om hun bewondering voor je creativiteit uit te drukken. Maar geen dikke nek krijgen hé !

Paaseitjes op grootmoeders wijze:

Ik maak met Pasen een krans van buxustakjes en leg er hardgekookte eieren in, terwijl ik terugdenk aan mijn grootmoeder. Zij kookte eieren in uienschillen. Soms bond ze eerst een kruidje rond het ei en knoopte er dan een linnen doekje rond. Als het ei dan uit het ajuinschillenkooksel te voorschijn kwam, was de verrassing groot. Dan stonden er altijd prachtige kruidentekeningen op de donkerroodbruin gekleurde eierschaal.

– Kook de eieren in een pan die je met uienschillen vult. Begin voor Pasen op tijd je uienschillen te verzamelen, dan kun je dadelijk aan de slag zonder dat je je ajuinenvoorraad de volgende weken in zijn blootje moet bewaren.

– Kook de eieren tot ze hard zijn. Ze komen roestbruin uit het water en zien er zo mooi uit dat je ze zo in een kommetje op tafel kunt zetten. Doen! Ze smaken ook lekker met wat zout uit het vuistje. Niet overdrijven want je dokter zou wel eens kunnen grommelen over je cholesterolgehalte.

 

 

 

  • Bericht-tag:
%d bloggers liken dit: